Scouting Dorus Rijkers Nesselande

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Dorus Rijkers Nesselande
Afkorting
 DRN 
Scouting Nederland
Regio Rond de Rotte
Admiraliteit van de Maze
nr.
 2054 
Rotterdam ­Zuid-Holland ­Nederland
Alle geslachten
Leden
 100 
Opgericht
28 september 1948
Oprichter(s)
Anton Buurman; Trijnie Visser  
Website
Kaart wordt geladen…
51° 58' 35.11" N, 4° 34' 27.06" E
51.976419, 4.574183

RD:99 140-443 424
31U 608122m E 5759585m N

Scouting Dorus Rijkers Nesselande is een waterscoutinggroep in Rotterdam.

Geschiedenis[bewerken]

De groep is ontstaan kort na de oorlog door een afsplitsing van een andere zeeverkennersgroep, de Theofilusgroep, Groep 20 van de afdeling Rotterdam van De Nederlandse Padvinders. Twee van hun leiders, Anton Buurman en Trijnie Visser, voelden zich klaarblijkelijk niet meer thuis in hun oude groep. Toen ik veel later vroeg wat eigenlijk de ‘echte’ reden was kreeg ik geen antwoord. Later we maar zeggen dat de warrige periode direct na de bevrijding een rol speelde. Omdat textiel nog op de bon was en niemand het echt breed had, werd ervoor gekozen om de oude groepsdas, een bruine das, uit te rusten met een witte rand. Ziedaar, de herkomst van onze bruin-witte das.

Ik heb zelf het oude clubhuis “Voor-Anker” in Delfshaven niet meegemaakt. Ik werd net lid toen het oude clubhuis verlaten werd en het nieuwe clubhuis aan de Schuttevaerweg in gebruik werd genomen. Eigenlijk was dat dus “Voor Anker 2”, maar we noemden het gewoon “Voor Anker”. Op de Schuttevaerweg zaten heel veel andere scoutinggroepen: een soort verzamelpunt van scouting. Het was een mooi dubbelwandig houten clubhuis gebouwd door enthousiaste ouders in hun vrije tijd. Het zag er echt fraai uit. In de kelder was een opslagruimte voor de houten kano’s en er was een zolder voor tentmateriaal en degelijke. Want als de zeeverkenners op kamp gingen, dan werd er in tenten gekampeerd ‘bij de boer’. Bijvoorbeeld in Woubrugge. En als we naar buiten gingen was dat altijd in correct uniform.

De zeeverkenners hadden inmiddels de beschikking gekregen over ‘onverwoestbare’ stalen lelievletten. De 162, de 272, de 310 en wat later de 450. In Schiedam was een landje tegenover de Overschieseweg als botenterrein beschikbaar gesteld. (Er ligt nu een brug die Overschie en Schiedam daar met elkaar verbindt). Het geheel stelde niet veel voor, een omgekeerde (lekke) houten sloep op de wal diende als berging voor de riemen. De bijeenkomsttijd van de zeeverkenners was op donderdagavond en zaterdag. En de horde kwam samen op zaterdagmiddag. Dat paste niet tegelijk, dus de verkenners gingen “naar buiten” op zaterdag na de opening, zodat de welpen daarna hun middagprogramma konden hebben van half drie tot vijf. Een beetje lastig als het slecht weer was! (Maar jongens van Jan Stavast kunnen daar vast wel tegen, niet toch?) In de winter werd bij de gemeente een gymlokaal gehuurd , waar welpen en zeeverkenners beurtelings gebruik van konden maken.

Op zeker moment vond er in Nederland een saneringsslag plaats, waarbij kleine binnenvaarders uit de vaart werden genomen. Dat was het moment dat de “Waterploeg” (lengte 26 meter, breedte 5 meter) zijn intrede deed. Dat was begin 1970. Ik was inmiddels stuurman en moest dus samen met de andere stuurlieden leren hoe je met zo’n schip vaart. Dat was zeker niet simpel. De “Waterploeg” werd geheel verbouwd: een nieuw stalen dek in plaats van de losse houten delen, houten wegklapbare kooien in het ruim, een keuken, watertanks enz.. Het was de inspanning wel waard, want de mogelijkheden waren met dit schip heel groot. Zomerkampen voor de verkenners gingen van 1 week, naar 2 weken. En we konden ook vaker op kamp: Paaskamp, Pinksterkamp, Herfstkamp. Kampen in de Biesbosch, Brielse Meer, Kagerplas, Randmeren enz.. Er hoefde niet meer gefietst te worden naar de kampplaats en tenten waren niet nodig, want je had immers je clubhuis bij je. En het was beduidend goedkoper dan een overnachtingsplaats te huren.

In die tijd werd er strikt voor gezorgd dat scouting een betaalbare hobby was en bleef. Constant werden er door acties (b.v. Jantje Beton en eerder daarvoor lege flessen acties) extra inkomsten gegenereerd, zodat de kampprijs feitelijk belachelijk laag bleef.

Omdat de “Waterploeg” een erg oud schip was moest er steeds weer aan gesleuteld worden. In het schip stond nog de originele DEUTZ-motor. Die startte je door brandende lontjes rechtstreeks in de beide cylinders te plaatsen. Daarna (gebukt, want de machinekamer was erg klein!) met een grote slinger vaart maken om op het goede moment een knop om te zetten. Primitief en zeer vermoeiend! Op een gegeven moment werd de motor vervangen door een gereviseerde DAF-vrachtwagenmotor. (De bedelbrief aan DAF leverde deze motor tegen slechts de vervoerskosten uit Eindhoven.) In de stuurhut was nu een simpele druk op de startknop voldoende om de motor aan de praat te krijgen. Wat een luxe! En ook het schakelen van de motor ging niet meer met een enorme hefboom in de stuurhut, maar met een moderne bediening.

Nu even in de tijd even wat vooruitspringend: op een gegeven moment werd de “Waterploeg” vervangen door de “Waterploeg 2” bij een nieuwe sanering van de binnenvaart. Dit schip was moderner en groter: 32 meter lang en ruim 6 meter breed. Dat lijkt niet veel, maar binnen gaf het een zee van ruimte. Ook hier moesten natuurlijk wel de nodige verbouwingen plaatsvinden. Bijvoorbeeld een aluminium dek, een watertank en een hydrofoor, zodat er stromend water was. Er was een zeer ruime keuken, een dagvertrek, een slaapvertrek met aluminium kooien en in het vooronder een tweetal toiletten met waterspoeling. Voor een scoutinggroep heel luxueus. Het betekende dat de kampen steeds verder gingen en er ook steeds meer materiaal meeging.

Weer terug in de tijd: de groep begon dus met een welpenhorde en zoals dat toen heette een zeeverkennerstroep. Daar kwam spoedig een loodsenstam bij. Ik was in 1974 de schipper van de zeeverkenners geworden. In 1975 ontstond door een fusie van de vier verenigingen Scouting Nederland. De reden van deze fusie was heel simpel: scouting was duidelijk terrein aan het verliezen ten opzichte van andere vrijetijdsbestedingen, zoals bijvoorbeeld voetbal en niet te vergeten de anti-uniformstemming in ons land die na de Vietnamoorlog steeds sterker werd.

Mocht in de jaren zestig de vier verenigingen bij elkaar zo’n 160.000 leden hebben, ten tijde van de fusie (ondanks de sterke groei van de bevolking) was dit teruggelopen tot ongeveer 125.000 leden. De fusie betekende verandering. Bijvoorbeeld gemengde groepen! Ook onze groep moest daaraan geloven. Eerst een gemengd beveronderdeel. Toen de bevers wat ouder werden werd de stap gezet van welpen naar Esta’s (jongens en meisjes). Daarna naast de zeeverkenners een meisjeswacht. Maar op kamp gaan met het schip betekende samen op pad. Dus werd het snel genoeg een ook gemengd onderdeel. En natuurlijk was ook de stam gemengd.

Op de Schuttevaerweg waren inmiddels de meeste scoutinggroepen gestopt of vertrokken naar elders in de stad. Onze groep pastte echt niet meer in “Voor-Anker”. Een Zweedse zeemanskerk uit het havengebied werd afgebroken en weer opgebouwd aan het begin van de Schuttevaerweg (t.o. de vroegere Van Nelle fabriek) en kreeg de naam “Groepshuis”. Naast “Voor Anker” kwam een clubhuis van een groep die stopte, beschikbaar. De twee terreinen werden samengevoegd. Zo ondertussen was het een hele verzameling van vestigingen geworden.

Jaren later gooide de gemeente roet in het eten omdat de spoorwegen meer ruimte nodig had en de clubhuizen die op de Schuttevaerweg aan de achterkant van hun terrein stonden, weg moesten. Dat gold voor al onze clubhuizen. Na ellenlange onderhandelingen werd een royale afkoopsom bedongen en konden wij een aannemer opdracht geven voor een nieuw stenen clubhuis alweer met de naam “Voor Anker”. (Feitelijk dus Voor Anker III). Hier paste met gemak de hele groep in. En ook het terrein was ruim bemeten.

Ook het botenterrein in Schiedam raakten we kwijt vanwege de eerder genoemde brug. De “Waterploeg” was halverwege de Aelbrechtskade afgemeerd. We waren dus gedwongen de vletten voorlopig bij de Waterploeg af te meren. De zuiging die passerende binnenvaartschepen veroorzaakten was niet best voor het materiaal. Een heel vervelende situatie. Deze situatie is op een bijzondere wijze opgelost. Van het Havenbedrijf kregen wij twee grote stalen steigerdelen en een plek naast de Beukelsbrug. Daar stond een walhuisje van de RET met water en elektriciteit die aan ons door de RET werd geschonken. Daarmee hadden we midden in de stad een prachtige voorziening. Ik was een paar jaar geleden in Rotterdam en zag dat de steigers er nog steeds waren.

Er kwam ook nog een sleepbootje bij: de Dokus. Handig als je tijdens een kamp moest foerageren of als je bijvoorbeeld naar de Rottemeren of de Kralingse Plas wilde voor een weekendkampje. De “Waterploeg” kon daar uiteraard niet komen.

Groepsnaam[bewerken]

De groep is vernoemd naar de zeeheld Dorus Rijkers.

(Spel)takken[bewerken]

De groep heeft de volgende speltakken:

  • Bevers - 5 tot 7 jaar - Zaterdag 14-16 uur
  • Welpen - 7 tot 11 jaar - Zaterdag 14-16.45 uur
  • Zeeverkenners - 11 tot 15 jaar - Zaterdag 13-17 uur zomer, Zaterdag 14-17 uur winter
  • Wilde Vaart - 15 tot 18 jaar
  • Loodsen - 18 tot 21 jaar

Vloot[bewerken]

  • Dokus
  • Wodan
  • Ponton
  • 't Wrikvletje
  • 162
  • 257
  • 1097
  • 1451
  • 1672
  • 1673
  • 1674
  • 1740
  • Schouw 80

Activiteiten[bewerken]

De groep doet mee aan ... en organiseert ...

Bronnen en referenties


Dit artikel is een beginnetje. U wordt uitgenodigd op Bewerk te klikken om uw kennis aan dit artikel toe te voegen.
Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.