Frans Naereboutgroep

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Frans Naereboutgroep
Logo Scouting Nederland.svg Scouting Nederland
Regio Scouting Zeeland
nr.
2240
Lampe a huile.jpg Openbaar
Goes
(Zeeland)
Nederland
Icon girl guide.svgIcon boy scout.svg Meisjes en jongens
Opgericht
11 februari 1977
Website
Bezig met het laden van de kaart...
51° 31' 9", 3° 53' 43"
51.519130555556, 3.8953388888889

RD:{{#wgs84_2rd:51.519130|3.895340 }}
{{#lat_long2utm:51.519130|3.895340 }}

De Frans Naereboutgroep is een Gemengde Land-/Zeeverkennersgroep te Goes, Zeeland.

Geschiedenis[bewerken]

De Frans Naereboutgroep werd opgericht op 11 februari 1977 in Goes door Peter van Dijk en Victor Boel. Destijds begonnen met tien landverkenners verdeelt over twee patrouilles is de groep inmiddels uitgegroeid tot een Scoutinggroep met ruim 100 jeugdleden, verdeelt over zes speltakken. In 1985 werden de eerste schreden binnen het waterwerk gezet en een jaar later maakten de Landverkenners de overstap naar Zeeverkenners. In 1991 zijn de Landverkenners opnieuw gestart en sindsdien is de Scoutinggroep Frans Naerebout een groep met zowel land- als waterspeltakken, die allemaal uit jongens en meisjes bestaan.

Bij de oprichting had de Frans Naereboutgroep nog niet te beschikking over een eigen gebouw. De eerste anderhalf jaar werden de bijeenkomsten dan ook noodgedwongen gehouden op de zolder van een bouwmaterialenhandel in Goes. Op 23 september 1978 werd eindelijk het eerste eigen clubgebouw, De Baak, geopend aan de Houtkade in Goes. Het gebouw was al snel te klein, waarna er een 2de houten gebouw naast de eerste Baak gezet werd. In 1995 werd, na jarenlange voorbereiding, het gloednieuwe stenen Scoutcentrum De Baak, aan het Goese Meer, in gebruik genomen.

Speltakken[bewerken]

Herkomst naam[bewerken]

Frans Naerebout werd op 30 augustus 1748 geboren te Veere en grootgebracht in een arm vissersgezin. In 1775 trouwde hij in Vlissingen met Sara Johanna Hoevenaar. Frans Naerebout voer als visser en loods voor de Zeeuwse kust en werd beroemd toen op 23 juli 1779 het fregatschip ‘De Woestduijn’, komende van Batavia, de rede van Vlissingen naderde. Het schip was onder leiding van een onervaren loods en liep vast op een zandbank. Toen een reddingsvaartuig van de VOC gezien de stormachtige weersomstandigheden weigerde uit te varen, voer Frans Naerebout samen met zijn broer Jacob en zes andere dappere Vlissingers naar 'De Woestduijn'. Met gevaar voor eigen leven wisten ze 71 van de 88 opvarenden van het schip te redden, tot het opkomend tij hen noodzaakte terug te keren naar de haven. De harde wind wakkerde aan tot storm en Frans Naerebout had grote moeite zijn maten aan te zetten tot een tweede tocht. Toch voer men in de namiddag weer uit en wist ook de overgebleven 17 opvarenden aan wal te krijgen. Op 14 april 1780 kregen Frans Naerebout en zijn broer Jacob een zilveren medaille en 23 dukaten uitgereikt voor hun heldhaftige daad.

Aan het einde van het jaar 1788 vertrok het schip ‘de Zuijderburg’ van de rede van Rammekens. Het schip had een bevolking van 400 man, een lading koopmanschappen en vijfmaal honderdduizend gulden in gemunt geld aan boord. Tijdens het zeilen beschadigde men het roer wat er voor zorgde dat het schip niet meer verder kon. Daarnaast was de zee langs de kust geheel bedekt door schuivende ijsschotsen. Hierdoor kon geen enkel schip de haven verlaten. Als laatste hoop werd Frans Naerebout erbij geroepen. Hij wist na vele pogingen over het schuivende ijs toch open zee te bereiken om daarmee aan boord van ‘de Zuijderburg’ te komen. In overleg met de kapitein besloot hij de loodsgaljoot (een klein loodsbootje) achter ‘de Zuijderburg’ vast te maken. Hiermee kon het schip toch nog enigszins bestuurd worden. Na een avontuurlijke tocht bereikte het schip de Engelse haven Plymouth.

Vele reddingen en moeilijke loodsreizen zouden volgen. In het najaar van 1794 bracht Frans Naerebout ‘De Voorland’ van Rammekens naar Texel en verder door het Engelse Kanaal, waarna hij door oorlogsomstandigheden genoodzaakt werd mee te varen naar Kaapstad, waar hij op 1 april 1795 arriveerde. Na een heftige reis en ruim een jaar arriveerde Frans Naerebout weer in Vlissingen.

Naerebout was bij uitstek iemand die heeft ervaren dat roem en vergetelheid – en de armoede die daar meestal mee gepaard gaat – dichter bij elkaar liggen dan de meeste mensen denken. Toen de zeehandel tijdens de Franse bezetting stil kwam te liggen werd hij ontslagen als zeeloods en moest hij maar zien te overleven. Als garnalenvisser verdiende hij een karige boterham, totdat hij in 1808 lantaarnopsteker werd van de pas geplaatste lichtbaak op de hoek van de Oost-Bevelandpolder, waar de Zandkreek in de Oosterschelde uitmondde.

Hij moest in de directe omgeving van de vuurbaak verblijven in een eenvoudige hut, die te klein en te armoedig was om zijn gezin te huisvesten. Zijn vrouw verbleef daarom voornamelijk in Goes. In 1812 werd Frans Naerebout aangesteld als havenkapitein en sasmeester van de stad Goes bij de nieuwe sluis, maar door langdurige problemen met de sluis heeft deze functie geen werkelijke inhoud gekregen.

Op 27 september 1816 overleed zijn vrouw, Saartje Naerebout.

Het Zeeuws genootschap bracht zijn Verdiensten onder de aandacht van Z.M. de Koning. Op 31 Oktober 1816 werd hij benoemd tot Broeder in de Orde van de Ned. Leeuw met een jaarlijkse toelage van 200 gulden. Het Goesse Departement tot Nut van ‘t Algemeen kwam ook met een gift.

Toen Frans Naerebout op 23 augustus 1818 te Goes overleed, was hetzelfde departement bereid om ook de kosten van de begrafenis en het plaatsen van een grafsteen te bekostigen. Frans Naerebout ligt nu nog begraven in de Grote of Maria Magdalena Kerk te Goes en op zijn grafsteen staat: "Hier rust de beroemde zeeman en edele mensenvriend".