Klasse-eisen

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Persoonlijke progressie

Hoofdartikel
Persoonlijke progressie

Vaardigheids-
insignes

Klasse-eisen
Installatie
oud
Derde klas
Tweede klas
Eerste klas
nieuw
Progressiematrix

Onderscheidingen
Kroonverkenner
Koorden

De scoutingprincipes van Robert Baden-Powell:

ScoutingprincipesScoutingmethodePersoonlijke progressie / ontwikkeling Klasse-eisen

Met de klasse-eisen of activiteiten leren de scouts de basisvaardigheden die elke scout nodig heeft om het spel van verkennen te kunnen spelen. Het zijn die onderdelen waarvan Scouting vindt dat ze min of meer verplicht zijn en zijn deel van de progressie. Het zijn in hoofdzaak technieken, maar er hebben ook altijd maatschappelijke punten ingezeten (1908: sparen, 2006: expressie en samenleving).

Huidige klasse-eisen[bewerken]

België[bewerken]

In Vlaanderen hadden beide federaties badgewerking. Scouts en Gidsen Vlaanderen heeft dit reeds lang verlaten, FOS Open Scouting (FOS) heeft dit wel behouden. Er zijn echter wel groepen onder Scouts en Gidsen Vlaanderen die aan badgewerking doen en dit via FOS.

Voor meer informatie omtrent de Teervoetgraden en de badgewerking binnen FOS Open Scouting kijk onder technieken.

Nederland[bewerken]

Officieel heeft Scouting Nederland sinds 1994 een heel eenvoudig systeem van klasse-eisen. In dat jaar werd het nieuwe spelaanbod voor Scouts ingevoerd, waarmee Scouting Nederland voortaan geen gebruik meer maakte van de oude manier van klasse-eisen. In plaats daarvan is er de mogelijkheid om in het zakboekje technieken af te tekenen:

  • Startactiviteiten. Na de installatie heeft een Scout een jaar voor de startactiviteiten. Deze zijn verplicht en omvatten alle activiteiten in de Scoutstak. Ze zijn verdeeld in verschillende gebieden, zoals sport en spel, natuur en milieu, schiemannen enzovoort Het doel is kennismaking met de veelzijdigheid van de Scouts-activiteiten en het opdoen van elementaire Scoutingkennis. Wanneer een Scout deze fase afgerond heeft mag hij het afrondingsteken op zijn/haar uniform dragen.
  • Vervolgactiviteiten. Vervolgens heeft een Scout twee of drie jaar voor de vervolgactiviteiten. Deze zijn ook weer verdeeld in gebieden waaruit de Scout een selectie kan maken. Hij mag ook alles doen. De vervolgactiviteiten vormen een verdieping van de opgedane kennis bij de startactiviteiten.

Sommige groepen bleven echter doorgaan met klasse-eisen (eerste, tweede of derde klasse). Andere groepen maken gebruik van het huidige zakboekje en weer andere groepen zijn na een aantal jaar weer overgestapt op de oude vertrouwde klasse-eisen. Uit een enquete onder zo'n 90 bezoekers op het Scoutingforum gaf zo'n 46% aan dat zij nog altijd de oude klasse-eisen gebruikten, of een eigen samenstelling daarvan. Slechts zo'n 7% van de bezoekers aan dat zij het huidige systeem gebruikten. De rest van de bezoekers (bijna de helft) gaf aan dat ze de term "klasse-eisen" überhaupt niet kenden. Dat hoeft overigens niet te betekenen dat bij hun scoutinggroep de oude noch de nieuwe methode gebruikt wordt.

Oude klasse-eisen[bewerken]

aftekenboekje klasse-eisen uit 1936

De oude klasse-eisen waren opgezet voor padvinders, verkenners, padvindsters en gidsen en waren verdeeld in:

  • Installatie eisen, ook genoemd “nieuweling” of teerpoot
  • Derde klas, ook genoemd Scheepsjongen (Zeeverkenners)
  • Tweede klas, ook genoemd Lichtmatroos (Zeeverkenners)
  • Eerste klas, ook genoemd Matroos (Zeeverkenners)

Insignes[bewerken]

Voor de klasse-eisen wordt het verkennersinsigne uitgereikt, in stappen:

  • derde klas: de knoop
  • tweede klas: de knoop en motto (Weest Paraat, de knoop is het kleine wriemeltje onderaan)
  • eerste klas: het volledige insigne.

Daarom wordt alleen het hoogste insigne gedragen. Het klasse-insigne wordt op de linkermouw gedragen, boven de elleboog.

De achtergrond van het insigne had de zelfde kleur als het uniform dus zeeverkenners (zoals afgebeeld) blauw en padvinders/verkenners kaki.

Achtergrond[bewerken]

"De eisen voor eerste klas werden opgesteld met de gedachte dat een jongen die zichzelf heeft bewezen dat hij hiertoe in staat is, beschouwd kan worden als iemand die de basis heeft gelegd voor de eigenschappen om een goed burger te worden. Hij zal zich meer capabel voelen dan daarvoor en daarom vertrouwen krijgen in zichzelf, wat hem hoop en moed zal geven in de strijd om het bestaan, wat hem aanmoedigen zal om vol te houden tot hij succes krijgt." (Baden-Powell, Aids to Scoutmastership)

Net als bij het vaardigheidsinsigne zijn de klasse-eisen dus bedoeld om een verkenner enthousiast te krijgen, zodat hij daarna zelf verder gaat. De eerste klas is dus niet het eind, maar een (klein) begin. Daarom waren ook hier de eisen laag. Wie het huidige activiteiten-systeem, maar ook de oude klasse-eisen, vergelijkt met de eisen uit 1936 (de originele uit 1908 waren nóg simpeler) zal opvallen dat generaties van enthousiaste instructeurs de eisen steeds hoger hebben opgevoerd. Het resultaat is dat de activiteiten nauwelijks gebruikt worden en dat ook bij de klasse-eisen nog maar weinigen de eerste klas halen. Ooit was het de bedoeling dat iedereen, ook de minder vaardige scout, dit halen kon. Wie bij vaardigheidsinsignes de Scouting manier van leren ziet en terwijl Baden-Powell vond: "Wat Scouting niet is: het is geen school met een strak leerplan en exameneisen" kan zich afvragen of een progressie-systeem dat gebaseerd is op het met regels bijhouden van de progressie van zoveel onderdelen tot een zo hoog niveau eigenlijk wel in de Scoutingmethode past.

externe links[bewerken]

Ontwikkeling klasse-eisen in Engeland 1908-1956 (engels)

Bronnen en referenties[bewerken]

Klasse-eisen, de discussie op het scoutingforum (gestart in 2005)